Artkel Greenkeeper 2019

 

Course management zonder exacte vlagpositie, als een koeriersbedrijf zonder routeplanner

 

 

Topografische gegevens ondersteunen greenkeeper in onderhoud en verfijnen golfspel 

Baanexploitanten, greenkeepers en golfers kunnen veel winst behalen als zij beter op de hoogte zijn van de precieze afmetingen van de greens en de locaties van de holes. Met die gedachte als stuwende kracht brengt Modern Golf Greens software op de markt. 

Auteur: Kelly Kuenen

Greenkeepers kunnen flink besparen op de kosten van het steken van vlaggen en daarbij door een nauwkeurige keuze van pinlocaties zorgen voor betere greens. Baanexploitanten kunnen hun baan aantrekkelijker maken door spelers beter te faciliteren en daardoor meer greenfees, apps en greenguides verkopen. Spelers kunnen op hun beurt hun potentieel beter benutten en inspelen op de technieken die gebruikt worden door professionals op het allerhoogste niveau. 

‘De traditionele baanboekjes zullen verdwijnen als deze software zijn doorbraak vindt’, stelt Edward Verstraten zelfs. Verstraten is directeur van de Dutch Golf Teaching Federation (DGTF), het opleidingsinstituut met een totaalopleiding voor golfleraren. DGTF werkt met deelcertificaten volgens het Europese systeem Kwalificatie Sport Structuur (KSS), dat werd doorontwikkeld vanuit het van origine Amerikaanse template. De opleidingen tot golfleraar kan bij DGTF als bestaande dagopleiding in deelseminars worden gevolgd. 

Belangrijk streven is het plezier van de consument in het spel te vergroten. ‘Een goede leraar hoeft niet een goede golfer te zijn’, is Verstraten van mening, ‘zolang hij sterk is in zijn communicatie en mensen enthousiast kan maken voor het spel.’ Een van de uitgangspunten van de DGTF is dat een golfleraar breed onderlegd is. Hij of zij moet uiteraard de hoed en de rand van het spel kennen, maar bijvoorbeeld ook weten wat baanonderhoud inhoudt en kennis van de baan zelf hebben. ‘Dat laatste is een gebied waar winst te behalen valt voor zowel baanexploitant, opleider, golfer als greenkeeper’, vinden Verstraten en Cor Visser van Modern Golf Greens.

Topografische gegevens Om deze redenen wordt gewerkt aan het in de markt zetten van nieuwe software om de greens in te meten. Want de meeste banen hebben geen idee wat de precieze afmetingen zijn van de greens en waar de vlaggen staan, zo luidt de kritiek. Visser: ‘Greens in Nederland zijn niet ingelezen. De architect maakt het ontwerp en de greens worden aangelegd. Daar blijft het bij. Vaak worden de greens opgedeeld in een aantal delen om bij te kunnen houden waar de vlag staat, maar precies genoeg is dat niet, want binnen die relatief grote delen bestaat alsnog veel variatie. Het midden van vak A, is niet per definitie de beste locatie binnen dat vak om de green aan te spelen. Bij het course management is het ontbreken van een exacte vlagpositie als een koeriersbedrijf zonder routeplanner’, vindt Visser. ‘Er komt van het afleveren van pakjes niets terecht.’

Cor Visser volgde een opleiding tot golfleraar bij DGTF, maar heeft net als veel cursisten een andere achtergrond. In zijn geval is dat een achtergrond als elektrotechnicus. Hij is de drijvende kracht achter Modern Golf Greens, dat software van het Amerikaanse Strackaline op de markt brengt. Daarmee wordt de ‘topografie’ van de greens, inclusief de locatie van de vlag, in kaart gebracht, de hoogteverschillen en hellinggraad in de green. De software wordt opgepikt door DGTF, die sinds 2012 inzet op digitalisering van de onderwijsmodules. 

Visser: ‘De vraag waarom golfers genoegen nemen met het feit dat ze zo weinig weten van de greens zelf, fascineerde mij. Professionele golfers kijken wel degelijk naar de exacte locatie, maar niet-professionals veel minder. Terwijl ze er veel winst mee kunnen behalen. Een groot deel van de score behaal je met putten. Het zal niet voor álle golfers gelden, maar ik denk dat er veel zijn die met tools beter willen scoren.’  

Verstraten: ‘Iedere golfer weet dat het binnen een afstand van 40 tot 50 meter van het putten belangrijk is dat je weet waar de bal naartoe gaat en hoe snel de green is.’ Visser: ‘Als je dan preciezer weet waar de vlag staat, wat de hoogteverschillen zijn en hoe de bal rolt, dan kun je daar je spel op aanpassen. Je kunt beter inschatten via welke kant je het beste kunt spelen, welke afstand de bal moet afleggen en welke slope je moet hebben. Dit kan resulteren in fors minder putts tijdens een ronde.’

Wim Oskam, hoofdgreenkeeper op de Kromme Rijn, is ook bij het gesprek en toont zich enthousiast over de software. ‘Bij een wedstrijd bijvoorbeeld levert het ontbreken van precieze afmetingen ook bij greenkeepers altijd gezeur op, omdat de professionele golfers willen weten wat de exacte positie van de vlaggen is.’ ‘Belangrijk aspect is ook’, vult Verstraten aan, ‘dat de European Golf Association de moeilijkheidsgraad gelijkstelt aan de par. Zet de greenkeeper de vlag iets naar achteren, bijvoorbeeld om een kale plek te ontzien, dan is de baan langer en kloppen die gegevens al niet meer.’

Vlag aanpassen aan de vraag Een baan kan ervoor kiezen om de greengegevens als service aan spelers aan te bieden, of een bijdrage te vragen aan spelers die ermee willen werken. Voor implementatie van de software worden met een laser de greens ingemeten. Dit gebeurt voor een 27 holes baan met een practicegreen en een chippinggreen binnen een dag met een laser op driepoot, terwijl het spel op de baan gewoon door kan gaan. De gegevens die vergaard worden, worden vertaald in een online omgeving, die zowel op pc als in een app inzichtelijk zijn. Via de meegeleverde webapplicatie kan de baanexploitant iedere dag de exacte pinposities afdrukken en de vlaggen laten steken. Geen ‘gezeur’ meer over de juiste locatie. Iedereen die geleerd heeft om een vlag te steken kan het. 

‘Dat biedt niet alleen de golfer, maar ook de greenkeeper de nodige voordelen’, vertelt Visser. Hij toont een afbeelding met de green en daarop een tiental cirkeltjes, die gelijkmatig verdeeld zijn en samen het hele greenoppervlakte omvatten. ‘De green wordt digitaal opgedeeld in een groot aantal locaties (pinpoints met daaromheen een bepaalde afstand; de cirkels op de kaart, red). De ingebouwde kalender kan van achttien holes bijhouden waar de pinpoint staat en heeft gestaan. Zo kun je zorgen dat de vlag niet te vaak op dezelfde plek staat, maar de plek van de vlag ook aanpassen aan bepaalde omstandigheden.’ 

Zo kun je bijvoorbeeld aangeven waar de vlag beter niet geplaatst kan worden. Omdat een bepaald punt een moeilijke locatie is om vanuit te spelen, maar ook vanuit het oogpunt van onderhoud. Visser: ‘Als zich in het gras een virusplek bevindt, dan kun je er met de vlagpositie de traffic op de baan mee sturen, zodat de plek ontzien wordt. Maar je kunt er bijvoorbeeld ook een rainy day template aan koppelen; als het een natte dag wordt, dan worden de vlaggen automatisch op hoger gelegen plekken gezet. Dit komt de kwaliteit van de greens in de dagen na een forse regenbui ten goede.’

Verstraten: ‘En als baan kun je behalve de gegevens voor eigen onderhoud gebruiken, ook de golfer tegemoet komen. Vindt er een competitie voor junioren of dames plaats, dan kun je iets gemakkelijkere pinposities laten plannen. Ook kun je meer variatie aanbrengen in het spel.’

Overigens kunnen die gegevens, zoals hoogteverschillen in de green, evengoed in een boekje worden geprint die de golfer op zak kan houden.

Naast meer spelplezier zouden de gegevens helpen in het plannen van agronomie en middelengebruik. Oskam: ‘Ik ben eigen baas en weet goed wat de oppervlaktes van de greens zijn, zodat ik hier heel exact op af kan stemmen, bijvoorbeeld hoeveel kunstmest ik kan strooien. Maar ik denk dat er genoeg greenkeepers zijn bij wie dat niet het geval is.’ Visser licht toe: ‘Als je die afmetingen wel weet, weet je ook veel beter wat je nodig hebt en dat komt uiteindelijk de kwaliteit van de greens ten goede.’


 

Aanvraag-icon-blue-lang-left